Groene vaagtaal

Groene marketing. Het is hot. Overal waar je kijkt buitelen organisaties over elkaar om te zeggen dat ze nóg groener zijn. Maar is dat juist niet een teken dat er iets goed mis is met die organisaties?

Groene marketing
Groene marketing is in. Elke organisatie lijkt er tegenwoordig aan te doen. En terecht. We leven in een wereld waar we zuinig aan moeten doen met de middelen. Prachtig dat iedere organisatie daar aan wil bijdragen. Dat doen ze door veel groene logo’s te maken en groene pay-offs te lanceren. Prachtige initiatieven, maar wat heeft de klant, de organisatie en de wereld daar aan?

Groene vaagtaal
Groene uitspraken staan mooi, maar zeggen niets. Neem het logo “Green and Lean” dat transporteurs gebruiken. Wat moet je daarmee als klant? Het klinkt goed, maar zegt niets. Of de bankafschriften waar in kleine letters staat dat “dit papier minder belastend is voor het milieu”. Klinkt goed. Maar is geen papier niet nóg veel minder belastend voor het milieu? Waarom stuurt de bank eigenlijk nog papieren bankafschriften?

Verspilling
De beste groene marketing is minder te verspillen. Als we minder verspillen, dan gebruiken we de middelen effectiever én efficiënter. Het gaat er niet om dat we geen middelen meer gebruiken. Maar het gaat erom dat we geen middelen verspillen. Wegens de ‘operational excellence’ beweging en focus op geld hebben we eenzijdig gekeken naar het gebruik van middelen. De focus was op wat goed was voor aandeelhouders, niet wat goed was voor de wereld. In een computer vervangen we een heel board met componenten, ook al is er maar één component stuk. Waarom? Het is goedkoper om een heel board ineens te vervangen dan te zoeken naar dat defecte component. Zelfs als de monteur weet welk component kapot is, dan nog vervangt hij het hele board. Standaard procedure, heet het dan. Met name grote organisaties hebben zich gefocust op “operationeel excellence”. En is het dan toevallig dat juist die organisaties nu hard roepen dat ze “groen” zijn?

Gebrek aan passie
De gepassioneeerde vakman is van nature “groen”. Let maar eens op. Gespecialiseerde winkels claimen niet dat ze groen zijn. Dat zijn ze namelijk al van nature. En altijd al geweest. Hun unique selling point is veel krachtiger én ongewoner dan “groen”. En de echte gepassioneerde timmerman doet aan hergebruik. Van oude materialen en alle restproducten. De echte gepassioneerde vakman heeft een hekel aan verspilling. Vanuit zijn passie zoekt hij steeds weer nieuwe bestemmingen voor middelen. Zijn passie drijft hem daartoe. Kost misschien een paar centen aan arbeidsloon, maar is wel zo groen.

Maar… zou dat andersom ook zo werken?

Is het misschien zo dat hoe harder een organisatie roept dat die “groen” is, hoe verder daar de passie te zoeken is?

ScaleUp Company